Dance puppet, dance!

Sunday, January 17, 2010

Natuurlijk schrijven echt gelukkige mensen niet maar die zijn dan ook weer dom, dat lijkt me een absolute voorwaarde. Schrijven is een poging van verstandige mensen om desondanks zo min mogelijk ongelukkig te zijn

< Herman de Coninck

Moeilijk.

De tijd vergeet en je vergeet de tijd
de klokslag rond en rond getikt
bijna in herinneringen gestikt
herinneringen die je nu liever mijdt
herinneringen die je niet meer weet
want je vergeet de tijd.

En aan de eindmeet komt wie weet,
de herinnering terug
maar niet de tijd. Wel de spijt.
Het is soms moeilijk om je aan jezelf te houden.

Tuesday, March 24, 2009

Ge moet vanaf nu "je" zeggen


De spelregels van het Algemeen Nederlands

Van elk gezelschapsspel wordt wel eens een nieuwe versie uitgebracht. Niemand vindt dat erg. Het wordt verwarrend wanneer de regels uit de eerste editie tegenstrijdig zijn met die uit een latere editie. Of je speelt thuis al jarenlang een kaartspel volgens regels die je leerde van je grootouders, die deze regels op hun beurt overgeërfd hadden. Wanneer je hetzelfde spel in de winkel koopt zie je dat de regels niet overeenkomen met de regels die jij kent. Iets dergelijks overkwam het Algemeen Nederlands.

De spelmeester van het Algemeen Nederlands speelt een hard spelletje met ons. Terwijl ge jaren geleden het enige persoonlijk voornaamwoord was voor de tweede persoon enkelvoud, zowel beleefdheidsvorm als vertrouwelijke vorm, is dit voornaamwoord nu verboden. De standaardvorm voor de beleefdheid is u en in vertrouwelijke kring mag je gebruikt worden. De taalgebruiker speelt het spelletje even hard mee en houdt zich in de omgangstaal niet aan de regels. De ene volgt ze weliswaar beter dan de andere. Hoe is het gebruik van ge en je geografisch verspreid in Vlaanderen?

De voorbereiding

Voor zijn onderzoek heeft Reinhild Vandekerckhove gebruik gemaakt van materiaal uit de ‘zesde release’ van het Corpus Gesproken Nederlands. Dit is een databank van het hedendaagse Nederlands zoals dat gesproken wordt door volwassenen in Nederland en in Vlaanderen. De databank beschikt over verschillende types teksten. Voor dit onderzoek werd enkel gebruik gemaakt van uitgetikte gesprekken, waaraan doorgaans twee of drie personen deelnamen. Het gespreksonderwerp was vrij. Aan de deelnemers werd uitdrukkelijk gevraagd om Algemeen Nederlands te spreken, wat niet vanzelfsprekend was gezien het informele karakter van het gesprek.

Om een representatief beeld te krijgen van het gebruik van het pronomen of voornaamwoord in Vlaanderen, werd gekozen voor ongeveer evenveel deelnemers uit de volgende gebieden: West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en het Brabants dialectgebied dat de provincies Brabant en Antwerpen omvat. Verder werd rekening gehouden met de leeftijdsklasse en het geslacht, maar daar gaan wij in dit artikel niet dieper op in. In de 48 uren geanalyseerde spraak wordt 8222 maal gebruik gemaakt van het pronomen van de tweede persoon enkelvoud.

Het spelverloop, strategie en tips

In het gesproken Nederlands kunnen we onderscheid maken tussen twee systemen.
Elk systeem kent een subjectsvorm (onderwerpsvorm), een objectsvorm (lijdend-voorwerpsvorm) en een possessiefvorm (bezitsvorm). Het officiële systeem wordt het je-systeem genoemd. Dit is het systeem dat in de scholen wordt aangeleerd. Hierbij wordt als onderwerp je gebruikt, of de minder gebruikte beklemtoonde tegenhanger jij. Als lijdend voorwerp wordt gekozen voor je of jou en als bezittelijk voornaamwoord voor je of jouw. Het tweede, niet officiële, systeem is het ge-systeem. Hierbij wordt als onderwerp, lijdend voorwerp en bezittelijk voornaamwoord respectievelijk ge of gij, u en uw gebruikt.

Om te bepalen welk pronomen het vaakst wordt gebruikt in het gesproken Nederlands moeten we de vormen van deze pronomina (onderwerp, lijdend voorwerp en bezittelijk voornaamwoord) niet per systeem, maar apart bestuderen. Voor het subject blijkt dat in West-Vlaanderen de ge-vorm minder vaak gebruikt wordt dan de je-vorm. In alle andere streken is dit net andersom. Uit de gegevens kan opgemaakt worden dat het je-gebruik afneemt van west naar oost. De herkomst van de taalgebruiker blijkt een determinerende factor te zijn voor de keuze van het persoonlijk voornaamwoord.

Voor de keuze van het pronomen voor object en possessief bestaat een opvallende algemene tendens: u en uw worden veel meer gebruikt dan alle andere vormen. Opnieuw is West-Vlaanderen een buitenbeentje en is het overheersende karakter van u en uw hier minder extreem dan in de andere streken.


Einde van de ronde

Zoals eerder vermeld, wordt op school alleen het je-systeem nog bijgebracht. De meerderheid van de informanten heeft op de schoolbanken enkel dat systeem geleerd. Daarom is het zo levendige gebruik van ge en gij nogal verrassend. Het toont aan dat grotere kennis niet gepaard gaat met intensiever gebruik. Daarnaast wordt ook op de televisie, in kranten en officiële tijdschriften je of jij gebruikt. Toch hebben die voornaamwoorden, die vanuit de Noordelijke Nederlanden zijn ingevoerd, nog steeds geen plaats verworven in de gesproken omgangstaal van vele Vlamingen.

De belangrijkste reden hiervoor is de nog steeds voortlevende invloed van de dialecten op onze taal. Ze spelen een grote rol in de keuze van de pronomina. De meeste Brabantse en Oost Vlaamse dialecten kennen het ge-systeem en de dialectspreker ervaart de jij-vorm als stijf en te formeel. Het grootste deel van Limburg kent ook in zijn dialect het ge-systeem. In het Oosten van Limburg is er een deel waar de inwoners in hun dialect du zeggen. Ook zij gebruiken vooral de ge-vorm wanneer zij Algemeen Nederlands spreken. Alweer is de positie van West-Vlaanderen uitzonderlijk. Het West-Vlaams gebruikt vooral je, maar kent ook het ge-systeem. Toch zullen de West-Vlamingen in het Algemeen Nederlands vooral teruggrijpen naar het je-systeem.

Hoewel er enkele streekgebonden tendensen bestaan, is het niet mogelijk om te veralgemenen. In de omgangstaal is de keuze van het persoonlijk voornaamwoord afhankelijk van eigen voorkeur en van de situatie. Niet alleen twee mensen uit dezelfde streek kunnen elk voor een verschillende vorm van het voornaamwoord kiezen, één en dezelfde persoon gebruikt schijnbaar willekeurig de vormen van beide systemen. Algemene regels over het gebruik zijn dus moeilijk te bepalen.

Er zit meer in een liedje dan je denkt

In de wachtzaal van de dokter, op de bus, in winkelcentra, overal waar je komt hoor je muziek. Dit is aangenaam aangezien muziek beschikt over het vermogen om onze geest te ontspannen. Muziek kan echter ook een negatieve invloed hebben. Moeten we zomaar aanvaarden dat in het openbaar alle soorten muziek op ons afgevuurd worden?
Muziek is een krachtiger wapen dan de meeste mensen beseffen. Het is voor onderzoekers niet helemaal duidelijk hoe dat in elkaar zit, maar het staat vast dat muziek een speciale eigenschap heeft. Muziek kan ons gedrag bepalen. Proeven hebben aangetoond dat mensen tijdens het beluisteren van een ‘metal’ nummer agressief worden en zich tijdens het beluisteren van klassieke muziek vreedzaam voelen. Of muziek ook een invloed heeft op het karakter wordt nog verder onderzocht.
Artritis, verlammingsverschijnselen, hartvermoeidheid en nog vele andere ziektes worden met muziek bestreden. Daarnaast zullen mensen die aan geheugenverlies lijden zich gemakkelijker namen, plaatsen en gebeurtenissen herinneren wanneer er muziektherapie wordt toegepast. Dat is heel positief. Om die behandelingswijze te perfectioneren moet er echter nog onderzoek verricht worden.
Jammer genoeg kunnen onze gedachten ook op een negatieve manier beïnvloed worden. Aangezien muziek onze gemoedstoestand kan bepalen gaat menige reclamespot gepaard met vrolijke muziekdeuntjes die de indruk wekken dat een bepaald product het leven zoveel beter zal maken.
Een ernstigere vorm van manipulatie van het onderbewustzijn door middel van muziek is politieke manipulatie. Elk lied heeft namelijk een eigen boodschap en idee. Wanneer je een lied vaak hoort, neem je onbewust de idee van dat lied over. Op die manier kan commerciële muziek, die vaak heel onschuldig lijkt, ons handelen beïnvloeden. Ze kan aanzetten tot vrede en samenhorigheid, maar evengoed tot geweld en racisme.
Verschillende zangers maken gebruik van een concert om een politiek geladen boodschap te verspreiden. Omdat fans zo beïnvloedbaar zijn door hun idolen zou op duidelijke wijze moeten aangekondigd worden of concerten en dergelijke een boodschap meegeven, en zo ja, van welke aard, zeker als het concert gratis toegankelijk is.
Je kan door het recht op vrije meningsuiting niemand de toelating ontnemen om muziek over bepaalde thema’s te creëren. Welke muziek op de radio komt, is moeilijk in de hand te houden. Het kan dus niet anders dan de verantwoordelijkheid van de luisteraar blijven om tijdig van radiopost te veranderen wanneer de muziek een negatieve invloed heeft.
Het is duidelijk dat muziek ons ontspanning kan bezorgen maar dat ze ook tot stress en zelfs tot geweld en vernielzucht aanleiding kan geven. Daarom moeten we pleiten voor een regelgeving die duidelijk maakt welke muziek op openbare plaatsen mag afgespeeld worden en welke niet.

Sunday, June 15, 2008

the do in de botanique op 14 mei!

Een boek dat geurt naar meer.

Lezen, een van de heerlijkheden die het leven ons biedt. Alhoewel lezen vandaag de dag niet meer hip is -een boek lezen is zoveel vermoeiender dan een film te bekijken- hou ik er van mij te laten opslorpen door een verhaal. Te ontsnappen aan de realiteit en te vluchten in het geluk, het verdriet en de gebeurtenissen, kortom het levensverhaal, van een ander. Bladzijden versmelten zich tot een leven, woorden tot een verhaal, letters tot emoties. Gevoelens van een ander worden de mijne en zijn leven lijkt plotseling het belangrijkste in mijn leven. Ik kan het verhaal niet van me afzetten en er gaat geen vrij moment voorbij zonder dat ik naar het boek waarin dit betoverend mysterie zich bevindt, grijp.

Wanneer ik aan het lezen ben, hoor, zie en denk ik niets anders meer. Ik leer bij over relaties tussen mensen en over hoe om te gaan met bepaalde situaties; want waarover een boek ook gaat, er zijn steeds elementen die kunnen toegepast worden op het eigen leven. Op die manier leer ik van alles bij over het ‘mens zijn’ en leer zo een beter persoon te worden.

Als kind hield ik, net zoals de meeste kinderen dat doen, van de verhalen die mijn papa voor het slapen gaan voorlas. Ik keek uit naar lange autoritten omdat mijn mama dan verhalen verzon. De hoofdpersonages van deze verhalen waren prinsessen, ridders en helden die enorm veel van mijn broer, mijn zus of van mij weg hadden. Zo hadden ze bijvoorbeeld hetzelfde lievelingseten of dezelfde kleur ogen. Later vertelde ze me stukken van bestaande verhalen. Ik kende op die manier meerdere avonturen van Don Quichot en Sanchopanza. Aan haar heb ik mijn echte voorliefde voor literatuur te danken. Mijn papa neemt ook regelmatig een boek ter hand maar mijn mama stimuleerde mij om op creatieve wijze de horizonten van mijn fantasie af te tasten en op die manier zelf verhalen te verzinnen. Ze leerde mij dat ik die kon verrijken door zelf veel te lezen en zo te ontdekken hoe een goed verhaal in elkaar zit.

Mijn eerste eigen positieve leeservaring was ‘Heidi’, dit zijn kinderboekjes soortgelijk aan het meer gekende ‘Tini’. Dit vat meteen ook zo wat mijn hele leesgedrag samen. Ik hou er onbewust van boeken te lezen die net een tikkeltje anders zijn dan de boeken die de meeste leeftijdsgenoten gelezen hebben of om hen voor te wezen. Ik doe dit natuurlijk niet opzettelijk en kijk ook niet neer op mensen die minder gelezen hebben of niet graag lezen maar stiekem glunder ik binnenin een beetje wanneer we het in de klas hebben over een auteur die ik reeds kende of waarvan ik reeds een boek gelezen heb. Nu wil ik geen foutieve indruk geven: een literatuursnob ben ik helemaal niet. Ik heb ook alle Harry Potter verhalen met plezier uitgelezen en kan enorm opgaan in onnozele boeken.

Heidi opende een pad voor me dat ik bewandelde met plezier. Ik las zoveel als ik kon. Alle boeken die ik thuis vond of kon ontlenen in de klasbibliotheek bezorgden mij een reis naar een ongekende wereld die ik met plezier maakte. Boeken die mijn jeugdige leeservaringen gekleurd hebben, waren ‘een rare oom’ van Nico Hiltrop en ‘ganzenborden bij oma’ van Marriëtte Aerts. Twee boeken die ik kreeg van mijn opa. Beiden mogen ze mijn favoriete kinderboeken heten. Ze gaan over jong zijn en over een fantastische wereld waarin alles mogelijk is. Maar ook ‘opapaddenstoelenpap’ van Karel Verleyen tekende mijn leeservaring. Dit was namelijk het eerste boek waarvan ik mij kan herinneren dat ik het niet volledig heb uitgelezen. Achteraf had ik hier zoveel spijt van dat ik mij voorgenomen heb nooit meer een boek

Later, in de laatste leerjaren en het begin van het middelbaar, las ik graag boeken zoals ‘Geen meiden aan boord’ en ‘Barbe wil geen rapier’ van Johan Ballegeer en ‘Voorbij de regenboog’ van Paul Kustermans. Boeken die het verhaal vertellen van sterke meisjes.

Ik werd ouder en leerde de wereld te ontdekken. Ik heb nooit helemaal niet gelezen maar toch zwakte mijn regelmaat af. De liefde bleef maar ik moest mijn aandacht over meer zaken verspreidden. Ik las vooral in de vakanties en natuurlijk ook wanneer het moest voor school. In tegenstelling tot veel vrienden van me, die hier steeds een negatieve houding tegenover hadden, genoot ik van deze ‘opgelegde boeken’. Het waren boeken waarvan ik wist dat iemand die meer gelezen had ze had uitgekozen en goed gevonden.

Ik creëerde mijn eigen leesgewoontes. Ik kan nu nog steeds het best lezen wanneer het stil is in huis. Niemand die me stoort of lastigvalt. Wanneer ik een boek moet lezen voor school dan simuleer ik die stilte. Dan doe ik bijvoorbeeld de gordijnen dicht en steek ik mijn nachtlampje aan en leg ik me in mijn bed. Rustige muziek fleurt enkel de eerste tien minuten op want eenmaal ik in het verhaal verzonken ben, merk ik haar niet meer op. Toch helpt ze me om in de huid van de personages te kruipen.

Op zwoele zomerdagen lees ik dan weer het allerliefst in het raamkozijn gezeten, op die manier genietend van een warme droge windvlaag en van het geluid van de natuur.

Een andere, iets irritantere, gewoonte van me is dat ik, wanneer ik een boek aan het uitkiezen ben in de bibliotheek of in een boekenhandel, steeds de eerste en de laatste zin lees. Als deze mij bevallen dan is de kans groot dat ik dat boek lees.

Voordat ik een boek lees, ruik ik er stiekem even aan. De boeken die het beste ruiken zijn de boeken die lang bij mijn opa op zolder hebben gestaan. Mijn Latijnse woordenboek heb ik daar gehaald en ik vind het alleen omwille van de geur een heel plezier om er in te bladeren.

Nu ben ik terug uit dat literatuurdipje van de laatste jaren. Ik lees gemiddeld één tot twee boeken per maand. In de vakanties zijn dat er iets meer, gedurende de examens dan weer iets minder. Het genre maakt me niet zoveel uit. Dat mag variëren van absurd tot serieus, van rauw realisme tot pure fantasie zolang het verhaal er achter maar de moeite is. Ik ontdek relatief gemakkelijk iets dat ik leuk vind in een boek en zal dus ook niet gauw zeggen dat ik iets niet graag gelezen heb.

Het laatste jaar heb ik vooral veel van Cyriel Buysse gelezen. Zijn schrijfstijl intrigeert me. Zijn overtuiging dat het lot bepaald is en dat je, hoe hard je ook probeert, daar niets aan kan veranderen, zit op zo een wonderlijke manier in zijn teksten verweven. Ik denk dat ik al de verhalen die ik gelezen heb binnen enkele jaren nog eens ga moeten herlezen om de echte betekenis te snappen.

Nu ben ik bezig aan ‘reis rond de wereld in tachtig dagen’ van Jules Verne. De episodische stijl van het boek, dat hij oorspronkelijk als verhaal in een krant publiceerde, bevalt me wel.

Ik hoop steeds de tijd te kunnen blijven vrijmaken om te lezen. Literatuur bezorgt mij ontspanning, plezier, verdriet, en nog zoveel meer onbeschrijfelijke gevoelens. Het vervult een plaatsje dat ik me niet leeg kan inbeelden.

Observatie

Op één tafeltje na, zit het hele cafeetje vol. Ze laat de deur achter zich in het slot vallen. Het is een oude deur. Zo eentje die lijkt op een winkeldeur die je zou kunnen terugvinden in het ‘huis van Allijn’. De enige ‘vernieuwing’ is dat het belletje, dat aan de binnenzijde hing, en dat telkens dat de deur open ging een stoot kreeg en rinkelde, is weggehaald. Het vrolijke geroezemoes en lawaai overstemt de jazzy muziek. Het geluid van babbelende mensen heeft iets uitnodigend en geruststellend. Ze haast haar naar dat laatste vrije tafeltje. De zware cafélucht zal de hele dag in haar kleren en haren blijven hangen, bedenkt ze zich.


Daarnet, op weg naar hier had ze de krant gelezen. Radioactief staal komt België gemakkelijk binnen vanuit China. Er is een groot tekort aan vervangleerkrachten. Er wordt een Belg vervolgd omdat zijn echtgenote haarzelf in brand stak. Het gaat nog steeds niet goed met de Belgische politiek. De verkeersveiligheid en het aantal ongevallen raken maar niet onder controle. De open markt schaadt Haïti, en ook België moet daar iets aan doen. De olieprijzen stijgen alweer. Anderlecht lijkt kansloos. Jongeren ‘kamperen’ voor het internet: dag en nacht zitten ze voor het scherm, is dit wel nog gezond? Het gat in de ozonlaag wordt groter en het klimaat is nog steeds ontregeld. De koolmees heeft door de opwarming van de aarde met grote problemen te kampen.

Zo ging het wel nog enkele bladzijden verder, van kwaad naar erger. Ze had de krant weer netjes gevouwen en opgeborgen. Al dat slechte nieuws beviel haar niet.


Ze is een kwartiertje te vroeg. Het laatste tafeltje bevindt zich gelukkig op een strategisch plekje. Ze heeft er zicht op het hele cafeetje en kan er nogal onopvallend de mensen rondom haar bestuderen. Daar houdt ze van. Ze verzint dan hele verhalen: vanwaar de mensen komen, waarom ze er zijn, wat ze elkaar te zeggen hebben, en hoe ze zijn. Wie er achter het masker ‘mens’ schuilt.


Aan de tafel naast haar zit een man op leeftijd. Hij is deftig gekleed, en doordat de uiteinden van zijn zwarte haren wit zijn, lijkt het of hij een aureooltje rond zijn hoofd draagt. Zijn vriendelijke trekken zijn in een peinzende grimas getrokken. Hij zit gebogen over een stapel papieren, en tikt zenuwachtig met zijn rode balpen tegen de rand van de tafel. Tiktiktiktiktiktik. Misschien is hij een leraar, die druk aan het verbeteren is. Hij moet binnen een uurtje in het stad zijn, dus het was niet de moeite om huiswaarts te keren en bracht zijn verbeterwerk dus maar mee. Hij raakt er niet aan uit. Plots glimlacht hij, en noteert iets op het blad. Hij kijkt even op zijn horloge. Hij heeft dus een afspraak, denkt ze. Hij steekt het stapeltje verbeterwerk weg, en loopt naar de bar om nog een pint te bestellen.


Ietsje verderop, rond de wat grotere ronde tafel, zitten 7 meisjes druk te praten. Een ervan is een sigaret aan het roken. Het meisje dat links van haar zit, wuift de rook af en toe theatraal en overdreven weg, in de hoop dat haar vriendin zou beseffen dat ze het ambetant vindt. Maar het meisje merkt het niet, want ze is ondertussen uitbundig aan het lachen met het blonde poppetje dat rechts van haar zit. Het meisje dat tegenover hen zit is voor ze haar vriendinnen kwam vergezellen, gaan winkelen. De meisjes naast haar bekijken heel geïnteresseerd al haar nieuwe spulletjes. Wanneer één van hen haar nieuwe paar schoenen uithaalt, klinkt er uit elk van de acht meisjes hun mond een bewonderend kreetje. Het zevende meisje is aan het praten met het meisje met de rode strik in haar haren, die zonet nogmaals de rook wegblies. Ze zitten net iets te veel naar elkaar toegebogen. Ze hebben duidelijk een “persoonlijk gesprek over jongens.” Het rokende meisje haalt haar gsm boven en doet haar vriendinnen dan zwijgen. “Ze kan er elk moment aankomen” zegt ze. En ze had gelijk. Nog geen halve minuut later komt er een meisje het café binnen. Ze hoort duidelijk bij dit olijke gezelschap. Drie meisjes die het dichtst bij de deur zitten, springen op en vliegen het verbaasde meisje rond de hals.

GELUKKIGE VERJAARDAG, klinkt het nu plots van alle kanten. Het verbaasde gezichtje verraadt dat ze niet al de vriendinnen daar had verwacht.


Haar aandacht wordt plots getrokken door een meisje dat enkele tafels verder rechtstaat om aar het toilet te gaan. De jongen die achtergebleven is, kijkt haar glimlachend na tot ze in verdwenen is achter de klapdeuren die naar het toilet leiden. Hij zucht gelukkig. Een koppel in wording. Nu het meisje even weg is, weet hij zich geen houding aan te nemen. Hij moet een positie zien te vinden, waardoor het meisje verplicht wordt, zonder het goed en wel te beseffen, om dichter bij hem te zitten. Hij draait de tafel een klein beetje, schuift de stoel wat meer naar zich toe en keert zelf een beetje meer naar de stoel toe. Hij kijkt voldaan. Haar knieën zullen nu zachtjes tegen de zijne rusten. Zij zal er zich geen vragen bij stellen, en zal ze ook niet weg trekken. Ze keert terug van het toilet, en precies zoals hij gehoopt had, werkt zijn plannetje. De jongen maakt een opmerking en het meisje gooit haar hoofd verleidelijk lachend naar achter zodat haar lange nek nog beter tot uiting komt. De jongen slikt drie maal, lacht mee, en zet dan de stap. Hij legt zijn arm rond haar schouders, en trekt het meisje lieflijk naar hem toe. Het feit dat ze hem laat begaan is voor hem een hele opluchting.


Ze wendt haar blik af. Ook zij kent grenzen. Ondertussen zit de oudere man nog steeds te wachten, en pakt het jarige meisje haar cadeautjes uit. Een tweepersoonstafeltje verder zitten twee zuiders uitziende mannen. Ze lijken op elkaar als twee druppels water. Het moeten broers of neven zijn. Nog voordat hun glas Duvel leeg is, bestellen ze al een nieuw glas. Hun gezichten stralen. Ze hebben iets te vieren. Wie weet is de ene man de andere komen opzoeken vanuit Italië, of verder nog, Mexico ter gelegenheid van de geboorte van diens eerste kind. Wat ze precies te vieren hebben, zal ze nooit weten, maar dat ze aan het vieren zijn, dat is zeker.


Een meisje met een kleurrijk sjaaltje zit te kauwen op de achterkant van haar potlood. Ze kijkt zeer aandachtig van het meisje dat voor haar zit, naar een blad dat op tafel ligt. Ze vist een gommetje uit haar pennenzak en gumt zorgvuldig hier en daar wat uit.


Een jong gezin zit een tafeltje verder. Vader heeft zijn twee verwende dochtertjes tijdens het wandelen beloofd dat als ze braaf waren, ze iets mochten eten of drinken op het einde van de tocht. Belofte maakt schuld.


Iets later komt een meisje naar haar tafeltje toegelopen.

-Sorry dat ik laat ben. Hoe gaat het?

Goed, antwoordde ze, want als het geluk niet in de kranten te vinden is, dan moeten wij het zelf opzoeken.