Sunday, January 17, 2010

Natuurlijk schrijven echt gelukkige mensen niet maar die zijn dan ook weer dom, dat lijkt me een absolute voorwaarde. Schrijven is een poging van verstandige mensen om desondanks zo min mogelijk ongelukkig te zijn

< Herman de Coninck

Moeilijk.

De tijd vergeet en je vergeet de tijd
de klokslag rond en rond getikt
bijna in herinneringen gestikt
herinneringen die je nu liever mijdt
herinneringen die je niet meer weet
want je vergeet de tijd.

En aan de eindmeet komt wie weet,
de herinnering terug
maar niet de tijd. Wel de spijt.
Het is soms moeilijk om je aan jezelf te houden.

Tuesday, March 24, 2009

Ge moet vanaf nu "je" zeggen


De spelregels van het Algemeen Nederlands

Van elk gezelschapsspel wordt wel eens een nieuwe versie uitgebracht. Niemand vindt dat erg. Het wordt verwarrend wanneer de regels uit de eerste editie tegenstrijdig zijn met die uit een latere editie. Of je speelt thuis al jarenlang een kaartspel volgens regels die je leerde van je grootouders, die deze regels op hun beurt overgeërfd hadden. Wanneer je hetzelfde spel in de winkel koopt zie je dat de regels niet overeenkomen met de regels die jij kent. Iets dergelijks overkwam het Algemeen Nederlands.

De spelmeester van het Algemeen Nederlands speelt een hard spelletje met ons. Terwijl ge jaren geleden het enige persoonlijk voornaamwoord was voor de tweede persoon enkelvoud, zowel beleefdheidsvorm als vertrouwelijke vorm, is dit voornaamwoord nu verboden. De standaardvorm voor de beleefdheid is u en in vertrouwelijke kring mag je gebruikt worden. De taalgebruiker speelt het spelletje even hard mee en houdt zich in de omgangstaal niet aan de regels. De ene volgt ze weliswaar beter dan de andere. Hoe is het gebruik van ge en je geografisch verspreid in Vlaanderen?

De voorbereiding

Voor zijn onderzoek heeft Reinhild Vandekerckhove gebruik gemaakt van materiaal uit de ‘zesde release’ van het Corpus Gesproken Nederlands. Dit is een databank van het hedendaagse Nederlands zoals dat gesproken wordt door volwassenen in Nederland en in Vlaanderen. De databank beschikt over verschillende types teksten. Voor dit onderzoek werd enkel gebruik gemaakt van uitgetikte gesprekken, waaraan doorgaans twee of drie personen deelnamen. Het gespreksonderwerp was vrij. Aan de deelnemers werd uitdrukkelijk gevraagd om Algemeen Nederlands te spreken, wat niet vanzelfsprekend was gezien het informele karakter van het gesprek.

Om een representatief beeld te krijgen van het gebruik van het pronomen of voornaamwoord in Vlaanderen, werd gekozen voor ongeveer evenveel deelnemers uit de volgende gebieden: West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Limburg en het Brabants dialectgebied dat de provincies Brabant en Antwerpen omvat. Verder werd rekening gehouden met de leeftijdsklasse en het geslacht, maar daar gaan wij in dit artikel niet dieper op in. In de 48 uren geanalyseerde spraak wordt 8222 maal gebruik gemaakt van het pronomen van de tweede persoon enkelvoud.

Het spelverloop, strategie en tips

In het gesproken Nederlands kunnen we onderscheid maken tussen twee systemen.
Elk systeem kent een subjectsvorm (onderwerpsvorm), een objectsvorm (lijdend-voorwerpsvorm) en een possessiefvorm (bezitsvorm). Het officiële systeem wordt het je-systeem genoemd. Dit is het systeem dat in de scholen wordt aangeleerd. Hierbij wordt als onderwerp je gebruikt, of de minder gebruikte beklemtoonde tegenhanger jij. Als lijdend voorwerp wordt gekozen voor je of jou en als bezittelijk voornaamwoord voor je of jouw. Het tweede, niet officiële, systeem is het ge-systeem. Hierbij wordt als onderwerp, lijdend voorwerp en bezittelijk voornaamwoord respectievelijk ge of gij, u en uw gebruikt.

Om te bepalen welk pronomen het vaakst wordt gebruikt in het gesproken Nederlands moeten we de vormen van deze pronomina (onderwerp, lijdend voorwerp en bezittelijk voornaamwoord) niet per systeem, maar apart bestuderen. Voor het subject blijkt dat in West-Vlaanderen de ge-vorm minder vaak gebruikt wordt dan de je-vorm. In alle andere streken is dit net andersom. Uit de gegevens kan opgemaakt worden dat het je-gebruik afneemt van west naar oost. De herkomst van de taalgebruiker blijkt een determinerende factor te zijn voor de keuze van het persoonlijk voornaamwoord.

Voor de keuze van het pronomen voor object en possessief bestaat een opvallende algemene tendens: u en uw worden veel meer gebruikt dan alle andere vormen. Opnieuw is West-Vlaanderen een buitenbeentje en is het overheersende karakter van u en uw hier minder extreem dan in de andere streken.


Einde van de ronde

Zoals eerder vermeld, wordt op school alleen het je-systeem nog bijgebracht. De meerderheid van de informanten heeft op de schoolbanken enkel dat systeem geleerd. Daarom is het zo levendige gebruik van ge en gij nogal verrassend. Het toont aan dat grotere kennis niet gepaard gaat met intensiever gebruik. Daarnaast wordt ook op de televisie, in kranten en officiële tijdschriften je of jij gebruikt. Toch hebben die voornaamwoorden, die vanuit de Noordelijke Nederlanden zijn ingevoerd, nog steeds geen plaats verworven in de gesproken omgangstaal van vele Vlamingen.

De belangrijkste reden hiervoor is de nog steeds voortlevende invloed van de dialecten op onze taal. Ze spelen een grote rol in de keuze van de pronomina. De meeste Brabantse en Oost Vlaamse dialecten kennen het ge-systeem en de dialectspreker ervaart de jij-vorm als stijf en te formeel. Het grootste deel van Limburg kent ook in zijn dialect het ge-systeem. In het Oosten van Limburg is er een deel waar de inwoners in hun dialect du zeggen. Ook zij gebruiken vooral de ge-vorm wanneer zij Algemeen Nederlands spreken. Alweer is de positie van West-Vlaanderen uitzonderlijk. Het West-Vlaams gebruikt vooral je, maar kent ook het ge-systeem. Toch zullen de West-Vlamingen in het Algemeen Nederlands vooral teruggrijpen naar het je-systeem.

Hoewel er enkele streekgebonden tendensen bestaan, is het niet mogelijk om te veralgemenen. In de omgangstaal is de keuze van het persoonlijk voornaamwoord afhankelijk van eigen voorkeur en van de situatie. Niet alleen twee mensen uit dezelfde streek kunnen elk voor een verschillende vorm van het voornaamwoord kiezen, één en dezelfde persoon gebruikt schijnbaar willekeurig de vormen van beide systemen. Algemene regels over het gebruik zijn dus moeilijk te bepalen.

Er zit meer in een liedje dan je denkt

In de wachtzaal van de dokter, op de bus, in winkelcentra, overal waar je komt hoor je muziek. Dit is aangenaam aangezien muziek beschikt over het vermogen om onze geest te ontspannen. Muziek kan echter ook een negatieve invloed hebben. Moeten we zomaar aanvaarden dat in het openbaar alle soorten muziek op ons afgevuurd worden?
Muziek is een krachtiger wapen dan de meeste mensen beseffen. Het is voor onderzoekers niet helemaal duidelijk hoe dat in elkaar zit, maar het staat vast dat muziek een speciale eigenschap heeft. Muziek kan ons gedrag bepalen. Proeven hebben aangetoond dat mensen tijdens het beluisteren van een ‘metal’ nummer agressief worden en zich tijdens het beluisteren van klassieke muziek vreedzaam voelen. Of muziek ook een invloed heeft op het karakter wordt nog verder onderzocht.
Artritis, verlammingsverschijnselen, hartvermoeidheid en nog vele andere ziektes worden met muziek bestreden. Daarnaast zullen mensen die aan geheugenverlies lijden zich gemakkelijker namen, plaatsen en gebeurtenissen herinneren wanneer er muziektherapie wordt toegepast. Dat is heel positief. Om die behandelingswijze te perfectioneren moet er echter nog onderzoek verricht worden.
Jammer genoeg kunnen onze gedachten ook op een negatieve manier beïnvloed worden. Aangezien muziek onze gemoedstoestand kan bepalen gaat menige reclamespot gepaard met vrolijke muziekdeuntjes die de indruk wekken dat een bepaald product het leven zoveel beter zal maken.
Een ernstigere vorm van manipulatie van het onderbewustzijn door middel van muziek is politieke manipulatie. Elk lied heeft namelijk een eigen boodschap en idee. Wanneer je een lied vaak hoort, neem je onbewust de idee van dat lied over. Op die manier kan commerciële muziek, die vaak heel onschuldig lijkt, ons handelen beïnvloeden. Ze kan aanzetten tot vrede en samenhorigheid, maar evengoed tot geweld en racisme.
Verschillende zangers maken gebruik van een concert om een politiek geladen boodschap te verspreiden. Omdat fans zo beïnvloedbaar zijn door hun idolen zou op duidelijke wijze moeten aangekondigd worden of concerten en dergelijke een boodschap meegeven, en zo ja, van welke aard, zeker als het concert gratis toegankelijk is.
Je kan door het recht op vrije meningsuiting niemand de toelating ontnemen om muziek over bepaalde thema’s te creëren. Welke muziek op de radio komt, is moeilijk in de hand te houden. Het kan dus niet anders dan de verantwoordelijkheid van de luisteraar blijven om tijdig van radiopost te veranderen wanneer de muziek een negatieve invloed heeft.
Het is duidelijk dat muziek ons ontspanning kan bezorgen maar dat ze ook tot stress en zelfs tot geweld en vernielzucht aanleiding kan geven. Daarom moeten we pleiten voor een regelgeving die duidelijk maakt welke muziek op openbare plaatsen mag afgespeeld worden en welke niet.

Sunday, June 15, 2008

the do in de botanique op 14 mei!

Een boek dat geurt naar meer.

Lezen, een van de heerlijkheden die het leven ons biedt. Alhoewel lezen vandaag de dag niet meer hip is -een boek lezen is zoveel vermoeiender dan een film te bekijken- hou ik er van mij te laten opslorpen door een verhaal. Te ontsnappen aan de realiteit en te vluchten in het geluk, het verdriet en de gebeurtenissen, kortom het levensverhaal, van een ander. Bladzijden versmelten zich tot een leven, woorden tot een verhaal, letters tot emoties. Gevoelens van een ander worden de mijne en zijn leven lijkt plotseling het belangrijkste in mijn leven. Ik kan het verhaal niet van me afzetten en er gaat geen vrij moment voorbij zonder dat ik naar het boek waarin dit betoverend mysterie zich bevindt, grijp.

Wanneer ik aan het lezen ben, hoor, zie en denk ik niets anders meer. Ik leer bij over relaties tussen mensen en over hoe om te gaan met bepaalde situaties; want waarover een boek ook gaat, er zijn steeds elementen die kunnen toegepast worden op het eigen leven. Op die manier leer ik van alles bij over het ‘mens zijn’ en leer zo een beter persoon te worden.

Als kind hield ik, net zoals de meeste kinderen dat doen, van de verhalen die mijn papa voor het slapen gaan voorlas. Ik keek uit naar lange autoritten omdat mijn mama dan verhalen verzon. De hoofdpersonages van deze verhalen waren prinsessen, ridders en helden die enorm veel van mijn broer, mijn zus of van mij weg hadden. Zo hadden ze bijvoorbeeld hetzelfde lievelingseten of dezelfde kleur ogen. Later vertelde ze me stukken van bestaande verhalen. Ik kende op die manier meerdere avonturen van Don Quichot en Sanchopanza. Aan haar heb ik mijn echte voorliefde voor literatuur te danken. Mijn papa neemt ook regelmatig een boek ter hand maar mijn mama stimuleerde mij om op creatieve wijze de horizonten van mijn fantasie af te tasten en op die manier zelf verhalen te verzinnen. Ze leerde mij dat ik die kon verrijken door zelf veel te lezen en zo te ontdekken hoe een goed verhaal in elkaar zit.

Mijn eerste eigen positieve leeservaring was ‘Heidi’, dit zijn kinderboekjes soortgelijk aan het meer gekende ‘Tini’. Dit vat meteen ook zo wat mijn hele leesgedrag samen. Ik hou er onbewust van boeken te lezen die net een tikkeltje anders zijn dan de boeken die de meeste leeftijdsgenoten gelezen hebben of om hen voor te wezen. Ik doe dit natuurlijk niet opzettelijk en kijk ook niet neer op mensen die minder gelezen hebben of niet graag lezen maar stiekem glunder ik binnenin een beetje wanneer we het in de klas hebben over een auteur die ik reeds kende of waarvan ik reeds een boek gelezen heb. Nu wil ik geen foutieve indruk geven: een literatuursnob ben ik helemaal niet. Ik heb ook alle Harry Potter verhalen met plezier uitgelezen en kan enorm opgaan in onnozele boeken.

Heidi opende een pad voor me dat ik bewandelde met plezier. Ik las zoveel als ik kon. Alle boeken die ik thuis vond of kon ontlenen in de klasbibliotheek bezorgden mij een reis naar een ongekende wereld die ik met plezier maakte. Boeken die mijn jeugdige leeservaringen gekleurd hebben, waren ‘een rare oom’ van Nico Hiltrop en ‘ganzenborden bij oma’ van Marriëtte Aerts. Twee boeken die ik kreeg van mijn opa. Beiden mogen ze mijn favoriete kinderboeken heten. Ze gaan over jong zijn en over een fantastische wereld waarin alles mogelijk is. Maar ook ‘opapaddenstoelenpap’ van Karel Verleyen tekende mijn leeservaring. Dit was namelijk het eerste boek waarvan ik mij kan herinneren dat ik het niet volledig heb uitgelezen. Achteraf had ik hier zoveel spijt van dat ik mij voorgenomen heb nooit meer een boek

Later, in de laatste leerjaren en het begin van het middelbaar, las ik graag boeken zoals ‘Geen meiden aan boord’ en ‘Barbe wil geen rapier’ van Johan Ballegeer en ‘Voorbij de regenboog’ van Paul Kustermans. Boeken die het verhaal vertellen van sterke meisjes.

Ik werd ouder en leerde de wereld te ontdekken. Ik heb nooit helemaal niet gelezen maar toch zwakte mijn regelmaat af. De liefde bleef maar ik moest mijn aandacht over meer zaken verspreidden. Ik las vooral in de vakanties en natuurlijk ook wanneer het moest voor school. In tegenstelling tot veel vrienden van me, die hier steeds een negatieve houding tegenover hadden, genoot ik van deze ‘opgelegde boeken’. Het waren boeken waarvan ik wist dat iemand die meer gelezen had ze had uitgekozen en goed gevonden.

Ik creëerde mijn eigen leesgewoontes. Ik kan nu nog steeds het best lezen wanneer het stil is in huis. Niemand die me stoort of lastigvalt. Wanneer ik een boek moet lezen voor school dan simuleer ik die stilte. Dan doe ik bijvoorbeeld de gordijnen dicht en steek ik mijn nachtlampje aan en leg ik me in mijn bed. Rustige muziek fleurt enkel de eerste tien minuten op want eenmaal ik in het verhaal verzonken ben, merk ik haar niet meer op. Toch helpt ze me om in de huid van de personages te kruipen.

Op zwoele zomerdagen lees ik dan weer het allerliefst in het raamkozijn gezeten, op die manier genietend van een warme droge windvlaag en van het geluid van de natuur.

Een andere, iets irritantere, gewoonte van me is dat ik, wanneer ik een boek aan het uitkiezen ben in de bibliotheek of in een boekenhandel, steeds de eerste en de laatste zin lees. Als deze mij bevallen dan is de kans groot dat ik dat boek lees.

Voordat ik een boek lees, ruik ik er stiekem even aan. De boeken die het beste ruiken zijn de boeken die lang bij mijn opa op zolder hebben gestaan. Mijn Latijnse woordenboek heb ik daar gehaald en ik vind het alleen omwille van de geur een heel plezier om er in te bladeren.

Nu ben ik terug uit dat literatuurdipje van de laatste jaren. Ik lees gemiddeld één tot twee boeken per maand. In de vakanties zijn dat er iets meer, gedurende de examens dan weer iets minder. Het genre maakt me niet zoveel uit. Dat mag variëren van absurd tot serieus, van rauw realisme tot pure fantasie zolang het verhaal er achter maar de moeite is. Ik ontdek relatief gemakkelijk iets dat ik leuk vind in een boek en zal dus ook niet gauw zeggen dat ik iets niet graag gelezen heb.

Het laatste jaar heb ik vooral veel van Cyriel Buysse gelezen. Zijn schrijfstijl intrigeert me. Zijn overtuiging dat het lot bepaald is en dat je, hoe hard je ook probeert, daar niets aan kan veranderen, zit op zo een wonderlijke manier in zijn teksten verweven. Ik denk dat ik al de verhalen die ik gelezen heb binnen enkele jaren nog eens ga moeten herlezen om de echte betekenis te snappen.

Nu ben ik bezig aan ‘reis rond de wereld in tachtig dagen’ van Jules Verne. De episodische stijl van het boek, dat hij oorspronkelijk als verhaal in een krant publiceerde, bevalt me wel.

Ik hoop steeds de tijd te kunnen blijven vrijmaken om te lezen. Literatuur bezorgt mij ontspanning, plezier, verdriet, en nog zoveel meer onbeschrijfelijke gevoelens. Het vervult een plaatsje dat ik me niet leeg kan inbeelden.

Observatie

Op één tafeltje na, zit het hele cafeetje vol. Ze laat de deur achter zich in het slot vallen. Het is een oude deur. Zo eentje die lijkt op een winkeldeur die je zou kunnen terugvinden in het ‘huis van Allijn’. De enige ‘vernieuwing’ is dat het belletje, dat aan de binnenzijde hing, en dat telkens dat de deur open ging een stoot kreeg en rinkelde, is weggehaald. Het vrolijke geroezemoes en lawaai overstemt de jazzy muziek. Het geluid van babbelende mensen heeft iets uitnodigend en geruststellend. Ze haast haar naar dat laatste vrije tafeltje. De zware cafélucht zal de hele dag in haar kleren en haren blijven hangen, bedenkt ze zich.


Daarnet, op weg naar hier had ze de krant gelezen. Radioactief staal komt België gemakkelijk binnen vanuit China. Er is een groot tekort aan vervangleerkrachten. Er wordt een Belg vervolgd omdat zijn echtgenote haarzelf in brand stak. Het gaat nog steeds niet goed met de Belgische politiek. De verkeersveiligheid en het aantal ongevallen raken maar niet onder controle. De open markt schaadt Haïti, en ook België moet daar iets aan doen. De olieprijzen stijgen alweer. Anderlecht lijkt kansloos. Jongeren ‘kamperen’ voor het internet: dag en nacht zitten ze voor het scherm, is dit wel nog gezond? Het gat in de ozonlaag wordt groter en het klimaat is nog steeds ontregeld. De koolmees heeft door de opwarming van de aarde met grote problemen te kampen.

Zo ging het wel nog enkele bladzijden verder, van kwaad naar erger. Ze had de krant weer netjes gevouwen en opgeborgen. Al dat slechte nieuws beviel haar niet.


Ze is een kwartiertje te vroeg. Het laatste tafeltje bevindt zich gelukkig op een strategisch plekje. Ze heeft er zicht op het hele cafeetje en kan er nogal onopvallend de mensen rondom haar bestuderen. Daar houdt ze van. Ze verzint dan hele verhalen: vanwaar de mensen komen, waarom ze er zijn, wat ze elkaar te zeggen hebben, en hoe ze zijn. Wie er achter het masker ‘mens’ schuilt.


Aan de tafel naast haar zit een man op leeftijd. Hij is deftig gekleed, en doordat de uiteinden van zijn zwarte haren wit zijn, lijkt het of hij een aureooltje rond zijn hoofd draagt. Zijn vriendelijke trekken zijn in een peinzende grimas getrokken. Hij zit gebogen over een stapel papieren, en tikt zenuwachtig met zijn rode balpen tegen de rand van de tafel. Tiktiktiktiktiktik. Misschien is hij een leraar, die druk aan het verbeteren is. Hij moet binnen een uurtje in het stad zijn, dus het was niet de moeite om huiswaarts te keren en bracht zijn verbeterwerk dus maar mee. Hij raakt er niet aan uit. Plots glimlacht hij, en noteert iets op het blad. Hij kijkt even op zijn horloge. Hij heeft dus een afspraak, denkt ze. Hij steekt het stapeltje verbeterwerk weg, en loopt naar de bar om nog een pint te bestellen.


Ietsje verderop, rond de wat grotere ronde tafel, zitten 7 meisjes druk te praten. Een ervan is een sigaret aan het roken. Het meisje dat links van haar zit, wuift de rook af en toe theatraal en overdreven weg, in de hoop dat haar vriendin zou beseffen dat ze het ambetant vindt. Maar het meisje merkt het niet, want ze is ondertussen uitbundig aan het lachen met het blonde poppetje dat rechts van haar zit. Het meisje dat tegenover hen zit is voor ze haar vriendinnen kwam vergezellen, gaan winkelen. De meisjes naast haar bekijken heel geïnteresseerd al haar nieuwe spulletjes. Wanneer één van hen haar nieuwe paar schoenen uithaalt, klinkt er uit elk van de acht meisjes hun mond een bewonderend kreetje. Het zevende meisje is aan het praten met het meisje met de rode strik in haar haren, die zonet nogmaals de rook wegblies. Ze zitten net iets te veel naar elkaar toegebogen. Ze hebben duidelijk een “persoonlijk gesprek over jongens.” Het rokende meisje haalt haar gsm boven en doet haar vriendinnen dan zwijgen. “Ze kan er elk moment aankomen” zegt ze. En ze had gelijk. Nog geen halve minuut later komt er een meisje het café binnen. Ze hoort duidelijk bij dit olijke gezelschap. Drie meisjes die het dichtst bij de deur zitten, springen op en vliegen het verbaasde meisje rond de hals.

GELUKKIGE VERJAARDAG, klinkt het nu plots van alle kanten. Het verbaasde gezichtje verraadt dat ze niet al de vriendinnen daar had verwacht.


Haar aandacht wordt plots getrokken door een meisje dat enkele tafels verder rechtstaat om aar het toilet te gaan. De jongen die achtergebleven is, kijkt haar glimlachend na tot ze in verdwenen is achter de klapdeuren die naar het toilet leiden. Hij zucht gelukkig. Een koppel in wording. Nu het meisje even weg is, weet hij zich geen houding aan te nemen. Hij moet een positie zien te vinden, waardoor het meisje verplicht wordt, zonder het goed en wel te beseffen, om dichter bij hem te zitten. Hij draait de tafel een klein beetje, schuift de stoel wat meer naar zich toe en keert zelf een beetje meer naar de stoel toe. Hij kijkt voldaan. Haar knieën zullen nu zachtjes tegen de zijne rusten. Zij zal er zich geen vragen bij stellen, en zal ze ook niet weg trekken. Ze keert terug van het toilet, en precies zoals hij gehoopt had, werkt zijn plannetje. De jongen maakt een opmerking en het meisje gooit haar hoofd verleidelijk lachend naar achter zodat haar lange nek nog beter tot uiting komt. De jongen slikt drie maal, lacht mee, en zet dan de stap. Hij legt zijn arm rond haar schouders, en trekt het meisje lieflijk naar hem toe. Het feit dat ze hem laat begaan is voor hem een hele opluchting.


Ze wendt haar blik af. Ook zij kent grenzen. Ondertussen zit de oudere man nog steeds te wachten, en pakt het jarige meisje haar cadeautjes uit. Een tweepersoonstafeltje verder zitten twee zuiders uitziende mannen. Ze lijken op elkaar als twee druppels water. Het moeten broers of neven zijn. Nog voordat hun glas Duvel leeg is, bestellen ze al een nieuw glas. Hun gezichten stralen. Ze hebben iets te vieren. Wie weet is de ene man de andere komen opzoeken vanuit Italië, of verder nog, Mexico ter gelegenheid van de geboorte van diens eerste kind. Wat ze precies te vieren hebben, zal ze nooit weten, maar dat ze aan het vieren zijn, dat is zeker.


Een meisje met een kleurrijk sjaaltje zit te kauwen op de achterkant van haar potlood. Ze kijkt zeer aandachtig van het meisje dat voor haar zit, naar een blad dat op tafel ligt. Ze vist een gommetje uit haar pennenzak en gumt zorgvuldig hier en daar wat uit.


Een jong gezin zit een tafeltje verder. Vader heeft zijn twee verwende dochtertjes tijdens het wandelen beloofd dat als ze braaf waren, ze iets mochten eten of drinken op het einde van de tocht. Belofte maakt schuld.


Iets later komt een meisje naar haar tafeltje toegelopen.

-Sorry dat ik laat ben. Hoe gaat het?

Goed, antwoordde ze, want als het geluk niet in de kranten te vinden is, dan moeten wij het zelf opzoeken.

De olifantenprinses

Kerstexamen 2007-2008

14 december 2007

Het is twee uur in de namiddag en omwille van die opdracht moet ze terugdenken aan lang vervlogen tijden, toen ze van de wijde wereld nog niets afwist en geen zorgen kende. Alles was op zich een uitzonderlijke ontdekking. Ze sluit haar ogen en denkt diep na over de mooiste ontroering, het diepste geluk en de meest hartverscheurende pijn die haar reeds overkwamen.

Ze heeft haar gezichtje in papa’s tedere hand verscholen. Alsof er niets kan gebeuren als ze het niet kan zien. Heel af en toe piept ze, met half dichtgeknepen oogjes, tussen de lieve vingers door. “ Niet vallen Filipe, niet vallen! Straks eet hij je nog op, net als dat pindanootje van daarnet, in één hap” prevelt ze.

De man in het witte pak helpt haar broer nu op de rug van de olifant. Straks is het haar beurt. Terwijl haar broer op de olifant rijdt, komt de trapezedanser haar vragen of ze er klaar voor is. Mama panikeert, ‘of ze daar wel groot genoeg voor is?’. Filipe klimt behendig van het beest zijn rug af. “Jouw beurt, Monica”

Ze is nog maar zes jaar, en nog helemaal niet van plan om groot te worden. Toch wil ze bewijzen dat ze het durft. Papa knijpt zachtjes in haar kleine handje, en laat haar vervolgens los.

“Ze heet Chica” zegt de man in het witte pak. Ze is te zenuwachtig om te antwoorden, dus knikt ze kort. De man heft haar op, kijkt haar even aan, tovert een reusachtige glimlach op zijn gezicht; helpt haar op de rug van de olifant en aait nog eens over haar krullenbol.

Daar zit ze dan, met haar ogen stijf dichtgeknepen, op de rug van een olifant. “Zo, stamelt ze, zie je wel dat ik het durf!” Ze hoort haar broer lachen: “ Monica, doe dan toch je ogen open!” Voorzichtig volgt ze zijn woorden op. Zo hoog uitkijkend boven de rest heeft ze nog nooit helemaal alleen gezeten. Papa zwaait. Heel even laat ze het handvat aan het zadel met één handje los om terug te zwaaien, maar gauw grijpt ze het weer stevig vast. Het duurt even, maar dan zijn alle angsten overwonnen. Ze vindt het prachtig nu, en waant zich een prinses in één of ander ver land. Waar olifanten precies leven, weet ze niet goed. Dat moet ze straks maar eens aan papa vragen.

“Klaar om te rijden?” Vraagt nu de man in het witte pak, terwijl hij achter haar gaat zitten. Voetstap voor voetstap beweegt de olifant zich. Voor de toeschouwers lijkt het ontzettend traag, en is er niets aan. Maar voor haar draait het niet zozeer om het tempo, noch om het dier waar ze op zit. Ze voelt zich groot, en wil het eindelijk ook graag zijn. Ze wil groeien, en niet langer behandeld worden als de kleuter van gisteren. Ze wil nieuwe dingen leren kennen en ervaringen opdoen.

De ontdekking dat het helemaal niet zo erg is om de wereld van bovenaf te bekijken, is de eerste van een hele reeks die haar leven veranderen.

De man helpt haar nu weer van de olifant. Het voelt gek aan om weer zelf op de grond te staan. De jungle waarin ze net als een prinses op haar olifant had gereden, verandert zich terug in een circusarena. Ze slaat de hand die papa aanreikt af, daar voelt ze zich reeds te groot voor, en gaat met haar handen in de zakken van haar plots té roze en té kindse jasje naast Filipe lopen.

Om haar heen gaan er deuren open en de realiteit dringt binnen. Maar nu anders dan voordien. Niets verbaast of verdwaast haar nog. Ze snapt nu dat de dingen zijn. Ze heeft haar plaats in de wereld gevonden.

Ze opent haar ogen terug. Haar gezicht voelt warm aan, en tegelijk heeft ze het toch koud. Dat ze zich ooit zo graag oud en wijs heeft willen voelen, terwijl ze nu zo verlangt naar het afgelopen kinderleven. Het kinderleven opgebouwd uit dromen en fantasie. Zonder keuzes die moeten gemaakt worden. Zonder schijnheiligheid.

Ze wil terug naar de dagen dat ze zich evenveel kon verwonderen om een bloem als om een olifant.

Aanrijding in Moscou

Een film van Christophe van Rompaey

Matty (Barbara Sarafian), een vrouw van 41, leeft reeds enkele maanden gescheiden van haar man. Hij heeft haar verlaten voor een jongere vrouw. Hij komt straks wel met hangende pootjes terug, denkt ze. Wanneer ze met haar twee jongste kinderen het parkeerterrein van de supermarkt wil verlaten, heeft ze een botsing met een grote vrachtwagen. Johnny (Jurgen Delnaet), 29 , stapt uit en begint Matty de huis vol te schelden. Zij laat zich niet zomaar op haar kap zitten, zet ook een grote mond op en belt tenslotte de politie.

Dit is het begin van een hartverwarmende, grappige romance. Johnny kan van de politiepapieren Matty’s nummer aflezen. Dit zorgt voor grote verwarring in haar leventje. Ze zit diep in de put. Moet ze kiezen voor haar man, die haar even achtergelaten heeft voor een jong ding, of voor johnny, de veel jongere truckchauffeur. Het hek is helemaal van de dam wanneer de oudste dochter thuiskomt met haar eerste lief: een meisje.

Volgens mij is de boodschap achter dit Ledebergse drama dat geluk niet altijd berust op diepgewortelde fundamenten, op naam of status of op rijkdom. We moeten onze ogen openen voor ‘de engeltjes’ die ons elke dag omringen. We mogen ons niet blind staren op ons ongeluk. Hoe vreselijk onze omgeving ook is, hoe verdrietig we ook zijn, hoe pijnlijk alles lijkt, ook daar zijn er kleine dingen die ons gelukkig kunnen maken.

Opdat het geluk niet enkel een herinnering zou zijn.

De voorbije drie jaren heb ik, door onder andere verhandelingen en gedichten die we moesten schrijven, gemerkt dat er één filosofisch onderwerp is dat mij enorm boeit. Onbewust, en soms ook niet onbewust, gingen mijn teksten vaak over opgroeien, veranderen en het kind in zichzelf verliezen. Hoe kan je opgroeien en tegelijk ook trouw blijven aan jezelf?

Ik denk dat wij veel kunnen leren van kinderen, hun ziel is nog wit. Ze zijn nog schoon en doen geen kwaad. Ze zijn puur, creatief en nemen geen blad voor de mond. Maar ze zijn nog niet écht mens: ze bezitten geen kennis, geen maatstaaf voor goed en kwaad, geen rede, geen besef van tijd en ruimte, geen dromen, geen herinneringen en geen zinsvragen. Dingen die ons allemaal een stukje mens maken. Net daardoor kunnen wij zien wat het pure gedeelte van onze ziel is en wat ons later wordt aangeleerd op school of door onze opvoeding of gewoon door ouder worden. Het is dus natuurlijk zeer belangrijk dat we opgroeien, maar hoe kunnen we dat doen zonder het kinderzieltje dat de kern is van onze ziel te verraden?

Zoals William Wordsworth in zijn gedicht ‘my heart leaps up’ verwoorde: The child is the father of the man. Elk van ons is opgegroeid uit een kind. Ieders persoonlijkheid hangt af van hoe hij met dat kind en dat opgroeiingsproces is om gegaan. Het ‘kind zijn’ is een stadium van onze ziel. Het is een deel van onszelf. Net als een hand groeit die ziel, maar behoudt ze toch heel haar leven lang dezelfde functie. En men snijdt zijn hand ook niet af omdat ze nu meer kan omvatten dan toen. Maar welk gedeelte moeten we dan koesteren en welk gedeelte moeten we laten groeien?

Als ik daarnet zei dat het kind nog niet écht mens is, dan denk ik dat opgroeien start bij ons persoonlijk menswordingsproces. Dat gaat natuurlijk van start vanaf de geboorte, maar ik denk persoonlijk dat het echt begint wanneer we voor het eerst in aanraking komen met een situatie waar het kind zijn naïviteit op de proef gesteld wordt. Zo dateert mijn verste herinnering van in de zandbak, toen een ander kind mijn schopje stal. Natuurlijk was ik daarna nog steeds kind, maar ik had geproefd hoe bitter de wereld soms kan zijn. Dit laat natuurlijk een modderige voetafdruk na op de witte ziel van een kind.

Een kind zijn wereldbeeld, reikt tot de grenzen van zijn leefwereld: naast zijn huis, zijn tuin, de school en het park waarin hij af en toe met mama gaat wandelen, bestaat er niets anders meer. De wereld zit vol met zwarte gaten die het opvult met fantasie. Het kind in zich koesteren betekent dus niet dat je kinderachtig moet blijven, maar dat je je elke dag opnieuw om kleine alledaagse momenten moet kunnen verwonderen. Ik vind dat de Engelsen in dat verband twee woorden hebben die het verschil duidelijk maken; het is niet de bedoeling dat wij ‘childish’ blijven maar wel dat wij ‘childlike’ zijn.

Ik geloof dat het belangrijk is dat wij gretig gebruik blijven maken van onze fantasie. Zou het niet kunnen dat zij bedoeld wordt met ‘de fontein der jeugdigheid’. Ik ben er van overtuigd dat eens we haar achterwege laten we ontzettend verouderen.

Daarnaast kunnen de meeste mensen gelukkig terugblikken op hun kinderlevens. Wanneer dit niet zo is, is dit vaak omdat ze door omstandigheden en omgeving gedwongen werden om te snel op te groeien. Zijn wij dan niet verplicht te koesteren wat ons toen gelukkig maakte?

Binnen enkele weken is het zo ver: wij zesdejaars verlaten de middelbare school en gaan onze levenswegen elders verder zetten. Het is nu een kwestie van juist beslissen wat je wil studeren. In welke grond je persoonlijk het best kan aarden om zo je persoonlijkheid de kans te geven haar zo goed mogelijk te ontwikkelen. Studeren lijkt mij meer dan alleen maar studeren: studeren is opnieuw een stukje meer mens worden.

Sunday, January 6, 2008

One world, one promise!

Overal waar je keek, zag je jonge mensen. Duizenden jongens en meisjes verzamelden zich vorig jaar op negenentwintig april om het honderjarige bestaan van de scouts te vieren. Alhoewel al die mensen al twee avonden lang hadden gefeest en daardoor nauwelijks hadden geslapen, was de vermoeidheid niet aan hun enthousiasme en opgewektheid te merken. Iedereen probeerde zijn scouts zo goed mogelijk te vertegenwoordigen door deel te nemen aan de stoet, aan de voorziene workshops en aan de show.

Baden-Powell, de vader van het scoutisme, spoorde 101 jaar geleden een groepje moedige jongens aan om met hem te gaan kamperen. Zomaar, de wereld ontdekken. Het was een vreemd initiatief, want in open lucht slapen werd enkel gedaan door daklozen, arme mensen en militairen. Maar de jongens kenden het concept al een beetje, want ook thuis namen zij vaak samen deel aan zulke activiteiten. Ze vetrouwden op Baden-Powell en trokken de wijde wereld in.

Toen ze aankwamen op Brownsea Island, stonden hen enkele verrassingen te wachten: de jongens werden ingedeeld in groepjes. Dit waren ze al gewoon van vroegere spelen, maar nieuw was dat ze in deze groepjes zouden leven, koken, werken en deelnemen aan de spelen. Kortom, in deze groepjes zouden ze de dagen doorkomen. En een van hen zou de patrouilleleider zijn. Hiervoor werd uit elke groep, de oudste en meest verantwoordelijke jongen gekozen. Elke groep kreeg een dierennaam.

Het doel van het toenmalige scoutisme was om te leren overleven: eerste hulp bij ongevallen, zelf koken en met middelen uit de natuur leren werken. Dat moet natuurlijk in het juiste tijdskader geplaatst worden: er heerste oorlog, economische crisis, revolutie en grote sociale verschillen. Baden-Powell wou de vaak ongeschoolde jongens tegelijk ontspanning brengen door hen even uit de realiteit weg te rukken als kennis meegeven.

Eerst bestond scouting enkel voor Britse jongens, maar al gauw begonnen ook de Britse meisjes op zichzelf avonturen te verzinnen. Niet veel later week het scouts-fenomeen uit naar andere landen. Het onbekende, speelse samengaan van spel en scholing was voor veel jongeren aantrekkelijk. Klasse, stand, religie, politieke overtuiging en rijkdom waren -en zijn het nog steeds- allemaal factoren die bij scouting niet uitmaakten. Niet wat je op jezelf bent, maar wat je in de groep kan betekenen was, en is, belangrijk

Natuurlijk is het begrip scouts vandaag de dag niet meer exact hetzelfde als 100 jaar geleden. Wij leven niet meer in die tijd van crisissen. Wij gaan er niet meer heen om te leren hoe je kookt op een zelfgemaakt vuurtje en nog veel minder om te leren spoorzoeken. Neen, scouts gaat over je persoonlijkheid versterken, vrienden maken, zich ontspannen, teruggrijpen naar de natuur en haar schoonheid. Je wordt gewaar wat het is om niet de dagelijkse luxe te hebben om te kunnen douchen en niet steeds die moeder bij je te hebben die zorgt dat er warm eten voor je klaarstaat. Je leert creatief, vindingrijk en origineel te zijn. Je leert plezier maken met weinige middelen.

Binnen een gezond kader leer je jezelf beter kennen. Je ontdekt de goede en minder goede kantjes van je karakter. Vooral de totemisatie draait daar rond. Het geven van totems kan voor buitenstaanders nogal vreemd lijken. Maar voor scouts is het heel normaal. Het stamt eigenlijk af van een oeroude traditie van zowel de indianen als de afrikanen. Zij hadden de gewoonte hun krijgers dierennamen te geven op basis van karaktereigenschappen of hun heldendaden. Binnen de scouts moeten de leden die hun totem doen een proef afleggen. Hoe dit precies is zijn werk gaat, is in elke scouts verschillend, maar er zijn enkele gelijklopende kenmerken. In vele scoutsgroepen mogen de leden die hun totem toegekend zullen krijgen de dag van de totemisatie niet met mekaar praten. Ze krijgen van de leiding een of twee opdrachten, die ze gedurende de loop van de dag moeten uitvoeren. Het zijn geen fysische of vernederende proeven zoals vroeger bij de indianen soms wel het geval was, maar het zijn proeven die steunen op vindingrijkheid en originaliteit.

Later bij het kampvuur stelt elk lid zijn proef voor en worden de totems uitgedeeld. De totems zelf zijn dierennamen, die de persoonlijkheid vertolken. Men gaat op zoek naar een dier dat dezelfde eigenschappen heeft als de persoon zelf.
Er kunnen ook bijtotems gegeven worden, zoals adjectieven en kleuren. Zo worden bepaalde karaktertrekjes nog eens extra in de verf te zetten.

Je hoort wel eens zeggen ‘de scouts, dat is enkel en alleen geforceerd sociaal contact!’ Maar waarom zou scouts meer of minder geforceerd contact zijn dan gelijk welke andere vereniging? Net zoals studenten- of sportclubs komen mensen samen op basis van een gelijkaardige interesse. Als contacten opbouwen op basis van interesses geforceerd is dan kan men niets meer doen en nergens meer naartoe gaan waar andere mensen zijn, want uiteindelijk is elk feestje, elk café, elke sportclub en elke toneelzaal zo een basis.

Een ander argument dat scouts om de oren geslingerd wordt, is hoe ridicuul het is dat zij in ‘zulke apenpakjes’ rondlopen. Het is een belachelijk verwijt, want er zijn zovele redenen waarom scouts een uniform hebben. Ten eerste is het een traditie: men wil geen klassen onderscheiden binnen de groep door de kledij. Als ieder kind hetzelfde aanheeft, gaan ze eerder op zoek naar meer diepgaande waarden om vriendschap te sluiten.
Ten tweede gaat het om het samenhorigheidsgevoel: indien twintig kinderen er hetzelfde uitzien, kunnen zij zich in elkaar herkennen. Je moet maar eens rondlopen op straat en, voor een keer mag het, doe je best om te bevooroordelen: je ziet links een groepje muzikanten, en rechts een groepje punkers, er jogt een groep sportievelingen voorbij, en in tegengestelde richting loopt een groep winkelende meisjes met elk hun eigen channel-handtas. Mensen, en zeker jongeren die op zoek zijn naar zichzelf, grijpen terug naar uiterlijke kenmerken.
Verder wil de scouts zich naar buiten toe profileren als een herkenbare groep.

Maar gelijk wat sommige mensen beweren, de honderdste verjaardag van de scouts vorig jaar heeft meer dan veel bewezen dat er genoeg mensen zijn die wel geloven in het positieve karakter van de scouts.
Meer dan 80.000 jongeren kwamen samen in Brussel om dit grote feest te vieren, en geen enkele van die jongeren heeft geklaagd over geforceerd sociaal contact! Brussel werd gekenmerkt door vriendschap, plezier en ontdekking. En allen juichten toen prins Filip in zijn toespraak zei: ‘Scouts, ga door met het creëren van een betere wereld!’

Commercieel of authentiek?

De eerste keer dat ik gitaarles volgde, vroeg mijn leraar me: "Hoe zou jij muziek definiëren?" Ik wou een goede indruk maken en antwoordde heel ‘geleerd’: "Muziek is een aaneenschakeling van noten, tonen, die voor ons aangenaam klinkt." Daarop zei mijn leraar: "Je hebt gelijk hoor maar je beschrijft het allemaal te theoretisch. Het antwoord dat ik horen wou, is dat muziek de vertolking van emoties is."

Muziek is steeds een manier geweest voor mensen om op een artistieke manier hun allerdiepste gevoelens uit te drukken. Gevoelens worden onder woorden gebracht, en het deel dat niet in woorden kan vertolkt worden, wordt omgetoverd tot klanken. Dat is al zo sinds het begin van de muziekgeschiedenis. Precies daarom zijn genres zoals de blues ontstaan: Afrikaanse slaven drukten hun vrijheid –of net het ontbreken ervan- uit in hun muziek. Ze spraken onderling af dat een heel gewoon woord gebruikt zou worden als scheldwoord. Dat woord werd dan verwerkt in hun liederen en zo beledigden ze stiekem hun bazen en leiders zonder dat die het ooit konden doorhebben.

Niemand kan weten welk gevoel de artiest oorspronkelijk kwijt wou in zijn muziek, maar elke luisteraar kan wel zijn eigen interpretatie geven. Vaak zullen meerdere mensen ongeveer hetzelfde gevoel ondervinden bij het beluisteren van een muziekstuk, ze zullen er kracht of troost uit putten. Daarom is muziek zo belangrijk in bijvoorbeeld de strijd voor de mensenrechten. De muziek verbindt mensen.

Er bestaan geen echte regels om muziek te maken. Je hebt natuurlijk wel de klassieke manier om de instrumenten te bespelen, en instrumenten die beter samen passen dan andere, maar daar tegenover staan alle denkbare alternatieve genres. Zo proberen artiesten zich uit te drukken door geluid anders te gebruiken en zo verschillende gevoelens teweeg te brengen bij het publiek. Dat klinkt heel abstract, maar bands zoals Sonic Youth passen het zeker toe. Ze negeren wat als normaal wordt beschouwd en maken muziek met anders gestemde gitaren, die ze bespelen met schroevendraaiers of drumstokken. Ook creëren ze regelmatig feedback of ‘storing’ door gitaren tegen versterkers aan te duwen. Ondanks dat alles slagen ze erin hiervan een beluisterbaar geheel te maken. Hun genre wordt dan ook niet zomaar omschreven als noise.

Op die manier omschreven lijkt het artiestenbestaan een paradijs, waarin zij zich helemaal kunnen laten gaan en hun diepste redenen van het bestaan kunnen uitdrukken. Maar dat is niet zo, integendeel zelfs. Om als artiest te kunnen overleven, moet hun muziek verspreid worden. De meest voor de hand liggende manier om dat te doen, is door samen te werken met grote platenmaatschappijen. De vier grootste labels zijn EMI, Warner Music Group, Sony BMG en Universal Music Group. Die vier bezitten ongeveer 70% van de muziekindustrie over de hele wereld. Ze verdienen aan de muziek meer dan de muzikant zelf, en beperken daarbij ook de vrijheid van de muzikant: ze bewerken de teksten, de muziek, de titel en de cd-hoes naar de door hun gestelde commerciële waarden zodat het geheel beter zou verkopen. De muziek wordt soms totaal veranderd: een rustig, jazzy nummer wordt omgevormd tot een heuse Ultratop 50-hit. Andere keren wordt er slechts hier en daar iets kleins aangepast, zodat de tekst gemakkelijker mee te zingen is, en aldus langer blijft hangen.

Maar wordt hierbij niet de artistieke vrijheid van de muzikant afgenomen? En, als we er van uitgaan dat muziek emotie is, wordt dan ook niet zijn emotionele vrijheid ingeperkt? Door iemand anders dan de artiest zelf aan de authentieke muziek te laten sleutelen, wordt de bedoeling van de muziek veranderd. Wat niet wil zeggen dat de artiesten hun muziek niet kunnen bespreken met andere mensen die ook verstand hebben van muziek. Dat kan zelfs heel nuttig zijn: ze kunnen er raad en tips uithalen om hun muziek inderdaad te verbeteren. Ze moeten echter de vrijheid behouden om enkel die veranderingen door te voeren die zij zelf nodig en passend achten.

Gelukkig zijn er nog andere manieren om hun muziek tot bij het publiek te brengen en daarbij aan die monsterlabels te ontsnappen. Er zijn verschillende onafhankelijke platenmaatschappijen, die op een eerlijke manier goede muziek proberen te produceren. Ze zijn volledig onafhankelijk, dus het zijn ook geen dochtermaatschappijen zijn van de grote labels. De muziek die zij produceren wordt gekwalificeerd als indie (afkomstig van het engelse independent). Rond deze term is er wel enige discussie bij de muziekliefhebbers. Sommigen hanteren hem voor muziek geproduceerd door deze onafhankelijke labels, anderen voor alle muziek die als niet mainstream bestempeld wordt.

Verscheidene artiesten brengen -vooral in het begin van hun carrière- albums op zichzelf uit. Ze creëren ‘eigen labels’ en doorlopen zelf het hele productieproces. Dat kan, maar het is moeilijk. Wat meestal gebeurt, is dat een grotere platenmaatschappij een self-released album te horen krijgt, en dan het label overneemt. De zelf uitgegeven albums blijven vaak minder gekend dan de later uitgegeven albums. Een voordeel hierbij is zeker en vast dat de artiest eisen kan stellen aan de maatschappij die zijn muziek wil overnemen. Zo kan hij eisen dat zijn muziek onveranderd moet blijven. Maar wanneer ze geen succes kennen, maken ze verlies aan de productie. Toch is het zo dat artiesten nu vaker dan vroeger het risico nemen.

Nog een andere manier om hun muziek bij het grote publiek te verspreiden, is via het internet. Die wijze is jong en nog niet echt goed gekend. Een logische vraag die artiesten en maatschappijen afschrikt is: ‘Als de muziek verspreid wordt via het internet, verdienen we toch geen geld?’
De meeste bands die zo groot geworden zijn, hadden helemaal niet de bedoeling om bekend te worden. Het was een groepje vrienden, dat samen muziek maakte. Ze besloten om enkele van hun nummers, concerten en video’s online te plaatsen. Dat kan gratis via websites zoals myspace, last.fm, radioblogclub, youtube of googlevideo. Er luisterden meer mensen naar dan ze zelf ooit hadden durven dromen. Meer nog, ze laten op de website in de daarvoor voorziene ruimte berichten achter waarin ze de muziek ophemelen, en vragen of de band geen cd heeft. Stilletjes aan gaat de bal aan het rollen en kunnen ze veilig een album op eigen houtje uitgeven.

Er zijn natuurlijk ook enkele artiesten, zoals Clap Your Hands Say Yeah, die wel dromen van een carrière als muzikant, maar ook besluiten hun muziek via het internet te verspreiden. Ze doen dat dan op dezelfde manier als hierboven, met het verschil dat ze hun muziek zelf over verschillende sites promoten en aanprijzen.

Een feit is dat de muziekliefhebber gemiddeld sneller een album koopt dat zelf uitgegeven is, dan een album uitgegeven door een groot label. Men gaat er van uit, dat de labels toch geld genoeg hebben, en dat van dat geld dat ze betalen heel weinig bij de artiest zelf terechtkomt. Ze kunnen dus evengoed het album -illegaal?- downloaden. Maar ze weten dat hun geliefde artiesten, die zelf alles doen en financieren, niet aan een tweede album kunnen beginnen zolang het eerste niet heeft opgebracht. Dus, als ze willen dat hun idool meer muziek uitbrengt, moeten ze wel helpen! Die albums zijn daarbij vaak goedkoper dan de cd’s uitgegeven door platenmaatschappijen.

Om op die manier roem te vergaren moet je naast talent ook geduld hebben en vooral blijven volharden. Het is nu eenmaal moeilijker om zo ontdekt te worden, dan door op de grote maatschappijen te rekenen. De vraag die elke artiest zichzelf moet stellen is wat hij of zij belangrijker vindt: roem op een manier waarbij hij een stukje van zijn authenticiteit verliest of steeds zichzelf blijven maar misschien nooit ontdekt worden.

Friday, June 15, 2007

Voor Mekaar

Op één van mijn inspiratievolle fietstochten, -veel te vroeg 'smorgens, als er een lief klein vogeltje al fluit maar wanneer jij allerliefst je schoen wil uit trekken en die naar dat vöglein zijn kopje wil smijten (zie hier zonet door mij een heel mooie hyperbool gebruikt, zo vroeg was het namelijk niet, rond halftien ongeveer)- kwam ik vandaag, na mijn avontuur met de vuilniskar, een oud koppel tegen. Ik bedoel daarmee een koppel bestaande uit twee oude mensen. Rond de 65 jaar. Ze liepen hand in hand en leken heel gelukkig. Het deed me denken aan een gedicht dat ik vorig jaar eens gelezen heb.

“Voor mekaar”. Herman de Coninck

Vroeger hield ik alleen van je ogen.
Nu ook van de kraaiepootjes ernaast.
Zoals er in een oud woord als meedogen
Meer gaat dan in een nieuw. Vroeger was er alleen haast

Om te hebben wat je had, elke keer weer.
Vroeger was er alleen maar nu. Nu is er ook toen.
Er is meer om van te houden.
Er zijn meer manieren om dat te doen.

Zelfs niets doen is er daar één van.
Gewoon bij mekaar zitten met een boek.
Of niet bij mekaar, in 't cafè om de hoek.

Of mekaar een paar dagen niet zien
en mekaar missen. Maar altijd mekaar,
nu toch al bijna zeven jaar.

The only moment we were alone

Ik dweep met dit lied tijdens deze harde tijden van ontbering, van eenzaamheid, van stress, van wetenschap, van kennis vergaren en van slimmer worden.

Het brengt me aan het lachen door mijn tranen heen. Ik wou dat ik mijn gedachten kon uitschakelen en niet meer nadenken... Gewoon focussen. De vrije tijd is lastig voor jou, Monica!


The only moment we were alone....



Saturday, May 26, 2007

Joanna newsom Sprout and the bean


Her voice is like a beautiful bird, her music is like a river flowing...

Friday, May 4, 2007

Van De Rosse Rat Sproet

Voor een andere taak Nederlands, moesten we een verhaal schrijven, geïnspireerd op 'Van de Vos Reinaerde' (Oké, ja! Ik BEN mijn computer aan het opkuisen...) IK wil bij deze toch Eva, mijn muze voor dit verhaal bedanken

Van De Rosse Rat Sproet

Het waren donkere dagen voor Sint-Barbara. Sinds Sproet de rosse rat tot koningsvrouw was geslagen, werd er niet meer gelachen. Niemand begaf zich alleen door de gangen en zelfs de leraren waren alleen maar op school indien broodnodig.
Er was zelfs al een geheim verzet aan de gang, opgericht door Steven het stokstaartje. Hij hield er niet van onderdrukt te zijn, en hij geloofde in de vrijheid, dat was toch wat zijn ‘ki’ hem liet voelen. Maar zo kwam het dus, dat het vandaag de eerste bijenkomst van ‘RDDVSDRR’ (Red De Dieren Van Sproet De Rosse Rat) was.
In het geheim waren de meeste dieren samengekomen in de ondergrondse ruimten van het schoolgebouw. Iedereen wat schuchter, omdat ze toch niet geassocieerd wouden worden met zo een revolutionaire beweging.
"Vrienden", zo begon het stokstaartje, "het feit dat wij hier allen aanwezig zijn vanavond wil al zeer veel zeggen, laat nu jullie hart spreken en deel met ons wat jullie stoort aan het regime van die tiran!"
Eerst kwam Shrek de beer naar voren: "Ik moet een vreselijke getuigenis afleggen, u weet dat Mevrouw de rat getrouwd is met de Leeuw, en zo haar koninginpositie heeft verkregen, maar in het geniep heeft ze nog een geheime relatie met Vander de aasgier."
In het publiek weerklonk er een geschokt geluid, alsof iedereen naar adem moest happen. Maar toen liep Vonkje de hen naar voren en nam het woord over: "Ik vind dit geen argument. Doorheen de eeuwen zijn er duizenden mannen geweest die hun vrouwen bedrogen hebben, maar daar heeft niemand ooit iets op gezegd. En nu is er een vrouw die haar vrouwelijke intuïtie volgt en ze wordt meteen door iedereen op de vingers getikt! Dit kan zomaar niet! Ik roep de vrouwen in de zaal op om mijn petitie te tekenen om vrouwen meer inspraak te geven in het bestuur van deze orde!"
Enkele vrouwen in het publiek knikten instemmend. Maar de meeste mannen waren hier totaal niet mee akkoord. Al gauw begonnen verschillende dieren onderling te discussieren en het stokstaartje ging in een yoga houding zitten om zichzelf te kalmeren. Toen het dreigde compleet uit de hand te lopen, nam Brugje de giraf het woord over: "Goed, goed", zo sprak hij "dit is precies het soort dialoog dat we hier op school willen zien, maar laten we het laten verlopen op een ordelijke manier, en laten we ook bij de kwestie blijven en niet van het onderwerp afdwalen! Wie heeft er ons nog iets te zeggen?"
Cherie de slang gleed langzaam naar voren, en zei vervolgens: "Dames en heren, noteer even in jullie agenda, sorry de macht der gewoonte, ik wil u gewoon melden dat we in een liberale structuur leven, en volgens de contracttheorie van John Locke is het niet mogelijk om het hoogste gezag af te zetten, als die u niets misdaan heeft. En tot hiertoe heb ik nog geen enkel deftig argument gehoord.
Deze woorden werden met boe-geroep ontvangen en al gauw werd Cherie de slang naar de guillotine gevoerd, die naar eigen zeggen pijnloos was, en hooguit een koud gevoel in de hals veroorzaakte.
Enkele minuten later zat iedereen al terug op zijn plaats in de ondergrondse ruimtes.
"Jongens, jongens, we mogen zulk voorval ons niet het doel voor ogen laten ontnemen! Ik denk dat we het er nu over eens zijn dat we verdrukt worden en dat we niet akkoord gaan met het koninginschap van Sproet! Dus laten we in actie komen!" Zei de volgzame hond Tommie. Maar hierop repliceerde Patje de arend : "Jullie zijn ketters! Dom volk! Maar jullie kunnen er zelf niet aan doen natuurlijk, ik begrijp dat wel. Het is niet jullie schuld dat jullie vanaf de geboorte gevoederd worden met Coca Cola en Nutella! Maar willen jullie nu zonder structuur, schema of plan zomaar aanvallen?"
Tem het rund en Patrick de bosaap spitsten allebei hun oren. Tem omdat hij een kans zag om andere dieren uit te schelden voor dom volk en Patrick omdat hij het woord schema had horen vallen. Hij hield namelijk niet zo van zinnen. Maar toen hij vroeg of hij kon helpen met het schematiseren en niemand iets uit zijn schema’s kon opmaken, hield men hem voor spion, en werd ook hij naar de guillotine gevoerd.
Vervolgens werd ook Rita het stinkdier geëxecuteerd, omdat ze maar bleef herhalen dat ze vond dat men zich aan de regels moest houden, en dat ze vond dat het onmogelijk was dat de toetsendag van wiskunde en fysica op 1 dag vielen.
Hier was het moment gekomen, dat er zich twee groepen vormden, de enen wouden liever niet in actie komen, bang dat ze ontdekt zouden worden, de anderen waren zeer radicaal. Toen de discussies tussen deze twee partijen uitliepen in een oncontroleerbaar geroezemoes riep plots iemand: "Je stopt met prrrraten!" Deze keer was het Marie de ooievaar die de orde probeerde te handhaven. "Mijn beste dierenvrienden" articuleerde ze, "wij zijn allemaal van gelijke cellen gemaakt, wij verdienen allemaal een gelijke behandeling."
Onder die leuze, en de woorden van de arend in de wind slaand, ging de hele dierengemeenschap op weg naar de meest gevreesde vertrekken binnen het schoolgebouw: de secretariaten.
Maar de dieren, enthousiast als ze waren, hadden niet gemerkt dat in een donker hoekje van de zaal Nancy de kat in haar formuleboekje, alle namen van de aanwezige dieren had genoteerd. En ze hadden in die chaos al helemaal niet gemerkt dat ze subtiel de kelders had verlaten. Nancy de kat vond dat het haar plicht was om zulk verzet te signaleren, aangezien ze loyaal was aan de school, en haar regering. Nadat ze alle namen had opgeschreven was ze vlug naar het secretariaat gelopen, in hoop daar voor de andere dieren aan te komen. Zo kwam het dat Sproet de rat en Vander de aasgier een val hadden kunnen opzetten en de opgejutte massa haar weg versperde. In het begin besefte niemand goed wat er gebeurde, maar toen het begon door te dringen, waren overal dieren aan het schreeuwen, aan het huilen en aan het krijsen. Anderen jammerden dat ze er niets mee te maken hadden, dat het allemaal Steven de stokstaart zijn idee was!
Sproet de rat en Vander de aasgier hadden, hoewel ze duidelijk in de minderheid waren, een zekere macht, en zo kwam het dat al gauw een groepje dieren het verzet verliet en zich terug aan de zijde van Sproet bevonden. Samen namen ze Steven het stokstaartje gevangen en plaatsten hem op de brandstapel. De dieren reageerden geschokt, en zelfs de meest radicalen hadden plots niets meer te zien met het verzet. Sproet de rat en Vander de aasgier lieten hen allemaal leven op voorwaarde dat ze oprecht berouw toonden. (Het was immers onmogelijk het hele dierenkorps te vervangen.)
En zo komt het dus, dat Nancy de kat nog steeds wordt verstoten door het hele dierenkorps en dat Sint-Barbara nog steeds is wat het nu is. Want niemand heeft het ooit nog gewaagd om een tweede revolutie uit te lokken.

Het refrein

Als taak nederlands moesten we ooit ook eens een gedicht schrijven. Een refrein.




Koude rillingen lopen langs mijn rug,
Maar in de tijd kan men niet terug.
Alles leek zoveel beter enkele maanden geleden,
En wat is daarvoor de reden?
Wie zal het zeggen? Wie kan weten
Wat bezig is haar ziel op te vreten?
Vermoeide dagen verlopen traag.
Ze had je echt heel graag
Nu hier, straks daar, toen ginder,
Ach ja, het is een harde winter.

Gelukkig is ze omringd door mensen
Die het beste voor haar wensen.
Al wil ze gisteren niet loslaten,
morgen wil ze over nieuwe dingen praten
Met een dikke mantel en een sjaal aan,
Blijft ze even in de sneeuw staan.
En drukt ze haar voetsporen in die witte brij
Met, naast de hare, altijd die van haar vrienden erbij
Nu hier, straks daar, toen ginder,
Ach ja, het is een harde winter.

Ze hoort de vogels zachtjes opnieuw fluiten,
En blij loopt ze naar buiten,
Behoed door het verleden,
Ook al heeft ze een beetje geleden,
Ze heeft vertrouwen in morgen,
Want ze heeft geen zin meer in al die zorgen.
Ze wil weer blij zijn en dansen
Gelukkig met haar leven en dankbaar voor de gekregen kansen.
Nu hier, straks daar, toen ginder,
Ach ja, het is een harde winter.

Prince

Verliezen doet pijn,
Maar je hoeft daarom niet alleen te zijn.
Vertrouw op hen die je omringen,
En probeer wie kou heeft niet te verdringen.
Nu hier, straks daar, toen ginder,
Ach ja, het was een koude winter.

Oorverdovende stilte

Weer een zelfgeschreven gedichtje. Het is voor de duidelijkheid NIET autobiografisch. Ik heb het geschreven voor een toneeltje van Nederlands, het gaat over mijn personage. Een meisje dat mishandeld wordt thuis door haar stiefvader.
Ik heb het geschreven omdat ik nergens een deftig gedicht vond op internet. Ik heb hiervoor wel vele gedichtjes gelezen over het thema, om inspiratie op te doen, maar vond niets passends dus heb ik dit zelf geschreven.


Oorverdovende stilte

Donkerrood vloeit het bloed over mijn bovenlip
Machteloze tranen rollen over mijn wangen
Ik moet sterk zijn,
Maar wil het niet.
Ik moet sterk zijn,
Maar kan het niet.

Is het wel zinvol
wanneer ademen pijn doet
blauwe plekken te verdoezelen
Omdat niemand mag weten,
Omdat niemand kan weten,
Omdat niemand wil weten,
Hoe het brandt
Wanneer hij slaat en schopt en schreeuwt?

Het is niet zozeer de pijn,
Die is er altijd, verwaarloosbaar
Alleen een beetje vriendschap
Een beetje respect
Een beetje liefde..

Neen , dat is te veel gevraagd.

Tuesday, May 1, 2007

Monday, April 9, 2007

Reïncarnatie

Wie was jij in je vorige leven?
Haha, een tipje uit de knack focus. Best wel grappig!

http://users.pandora.be/gad/re/nederlands.html